Belastingdienst verliest recht op navordering na negen maanden vertraging bij Italiaans vermogen

Belastingdienst verliest recht op navordering na negen maanden vertraging bij Italiaans vermogen

november 27, 2025 Freek Koolstra

Het Belastingdienst heeft haar recht verloren om een navorderingsaanslag in te vorderen voor het belastingjaar 2015 — niet omdat de belastingplichtige zijn schuld ontkende, maar omdat de inspecteur te lang heeft gewacht. Het Gerechtshof oordeelde op 20 november 2025 dat de inspecteur niet voortvarend genoeg heeft gehandeld, waardoor de bevoegdheid tot navorderen voor 2015 verviel. De zaak draaide om banktegoeden in Italië die de belastingplichtige sinds jaren niet had aangegeven in box 3 — een vergeten, maar cruciaal onderdeel van de inkomstenbelasting.

Waarom viel de aanslag weg? Een vertraging van negen maanden

De inspecteur had sinds maart 2019 al voldoende aanwijzingen dat de belastingplichtige buitenlands vermogen bezat. Gegevens van internationale gegevensuitwisselingen, waaronder het automatische informatie-uitwisselingssysteem van de OECD, wezen op een rekening met een saldo van meer dan €450.000. Toch wachtte hij ruim negen maanden voordat hij een schriftelijk verzoek stuurde om uitleg. Dat is geen kwestie van administratieve druk — het is een juridische fout. Het hof oordeelde: "Een onverklaarbare vertraging van meer dan zes maanden bij het gebruik van de verlengde navorderingstermijn voor buitenlands vermogen is te veel. Het recht op navordering vervalt dan." Dit is geen kwestie van onkunde. Het is een kwestie van verantwoordelijkheid. De belastingplichtige had herhaaldelijk geen inhoudelijk antwoord gegeven, maar dat maakt de passiviteit van de Belastingdienst niet rechtvaardig. De wet stelt: als je de verlengde termijn gebruikt — en die geldt voor buitenlands vermogen — dan moet je actief zijn. Niet wachten tot de belastingplichtige zichzelf aangeeft. Niet hopen dat hij op een dag spreekt. Actie. Nu.

2016: wel toegestaan, maar met korting

Voor het belastingjaar 2016 was de situatie anders. De navorderingsaanslag was binnen de vijfjaarstermijn opgelegd, en het hof vond het aannemelijk dat de belastingplichtige volledig gerechtigd was tot de Italiaanse rekening. Hij had geen bewijs geleverd dat een derde een deel van het saldo bezat — een argument dat hij eerder had opgevoerd, maar nooit onderbouwde. Hier kon de Belastingdienst dus wel navorderen. Maar zelfs hier werd er een korting toegekend.

De oorspronkelijke boete was 200% van de nagevorderde belasting. Het hof verlaagde die naar 150%. Waarom? Omdat het element van recidive ontbrak. De belastingplichtige had in de jaren daarvoor geen box 3-overtreder geweest. De overtreding was ernstig, maar niet systematisch. En dat maakt verschil. "Het is geen gewoonte, maar een fout," oordeelde het hof. "Een boete van 200% is dan te zwaar." Contrast met de Hoge Raad: waarom is dit anders?

Contrast met de Hoge Raad: waarom is dit anders?

Dit besluit klinkt als een schok voor de Belastingdienst — en dat is het ook. Want de Hoge Raad heeft in het verleden duidelijk gesteld: een navorderingsaanslag die binnen de vijfjaarstermijn (artikel 16 lid 3 AWR) wordt opgelegd, vervalt niet, zelfs niet bij onvoldoende voortvarendheid. Dat gold bijvoorbeeld voor een Zwitserse rekening uit 2006. Maar hier zit de twist: die zaak ging over de reguliere termijn. Deze zaak ging over de verlengde termijn — die specifiek geldt voor buitenlands vermogen.

De Hoge Raad stelt daarbij striktere eisen. In een arrest van 20 maart 1940 (B. 7128) stelde hij al: als er een waarschijnlijke schuld is — zoals een erfbelasting — dan mag die als vermogen in box 3 worden meegenomen. Dat is een voorbeeld van hoe de rechtspraak zich ontwikkelt. En nu: als je buitenlands vermogen zoekt, dan moet je actief zijn. Niet wachten. Niet wachten tot de belastingplichtige zelf een aangifte doet. Niet wachten tot de belastingdienst een andere zaak afhandelt.

Wat betekent dit voor duizenden belastingplichtigen?

Dit besluit heeft directe gevolgen voor iedereen met buitenlands vermogen — en voor de Belastingdienst zelf. Tijdens de afgelopen jaren zijn er tienduizenden gevallen waarin de Belastingdienst op basis van automatische gegevensuitwisselingen (zoals FATCA en CRS) informatie kreeg over buitenlandse rekeningen. Veel daarvan zijn nog niet afgehandeld. Nu moet de dienst kijken: zijn we binnen de zes maanden na ontvangst van de aanwijzingen actief geweest?

De Belastingdienst heeft al jaren te maken met achterstand. Maar dit arrest zegt: achterstand is geen excuus. Als je niet binnen zes maanden een verzoek stuurt, dan verlies je je recht. Dat is een harde boodschap. En het is een boodschap die veel mensen zal helpen — niet omdat ze hun schuld ontkennen, maar omdat de staat zijn eigen regels niet heeft nageleefd.

Wat komt er nu?

Wat komt er nu?

De Belastingdienst zal haar interne procedures herzien. Er komt waarschijnlijk een nieuwe checklist: bij ontvangst van buitenlands vermogen — binnen 30 dagen een verzoek, binnen 60 dagen een eerste analyse, binnen 180 dagen een definitief verzoek. Als het niet gebeurt, dan is het risico te groot. Ook zullen advocaten die belastingzaken doen, dit arrest als standaardargument gebruiken bij oudere gevallen. Een zaak uit 2017? Als de inspecteur pas in 2019 actie ondernam — dan is er een kans op vernietiging.

Deze uitspraak is geen uitzondering. Het is een herinnering. De wet is er om te beschermen — niet om te straffen. En als de overheid haar eigen regels negeert, dan mag de rechter dat niet laten gebeuren.

Frequently Asked Questions

Wat betekent dit voor mensen met een buitenlandse bankrekening?

Als de Belastingdienst meer dan zes maanden heeft gewacht voordat ze vragen stelden over je buitenlands vermogen — en je aangifte voor dat jaar nog niet was afgesloten — dan kun je in aanmerking komen voor vernietiging van de aanslag. Dit geldt specifiek voor box 3, waar de verlengde termijn van vijf jaar geldt. Het is geen automatische vrijwaring, maar een juridische kans die je met een advocaat kunt onderzoeken.

Waarom is de boete voor 2016 verlaagd?

Omdat het hof geen recidive vaststelde. De belastingplichtige had geen eerdere box 3-overtreder geweest, en het was een eenmalige fout — geen systeem. De wet stelt dat boetes moeten passen bij de ernst en de intentie. 150% is nog steeds streng, maar 200% was onverhoudingssmatig. Dit is een belangrijke afstemming: straffen ja, maar niet onterecht.

Hoe lang mag de Belastingdienst wachten voordat ze actie ondernemen?

Bij buitenlands vermogen, waar de verlengde termijn van vijf jaar geldt, moet de inspecteur binnen zes maanden na ontvangst van de aanwijzingen actie ondernemen. Dat betekent: een schriftelijk verzoek, een verzoek om documenten, of een eerste analyse. Meer dan zes maanden — en de bevoegdheid vervalt. Dit is nu jurisprudentie, geen suggestie.

Kan ik mijn oude box 3-aanslag nog laten herzien?

Mogelijk. Als je een aanslag hebt gekregen voor een jaar tussen 2014 en 2020, en de Belastingdienst pas na meer dan zes maanden contact opnam — en je hebt niet zelf informatie verstrekt — dan kun je een beroep doen op dit arrest. Veel gevallen zijn nog open. Het is geen garantie, maar wel een krachtig juridisch argument dat nu bestaat.

Is dit een teken dat de Belastingdienst te hard optreedt?

Nee. Het hof ondersteunt de Belastingdienst bij 2016 — en bevestigt dat buitenlands vermogen moet worden aangegeven. Maar het zegt ook: je mag niet slapen. De overheid moet net zo nauwgezet zijn als de burger. Als zij haar eigen termijnen negeert, dan mag de rechter haar niet laten winnen. Het is een kwestie van evenwicht, niet van medelijden.

Wat is het verschil tussen de reguliere en verlengde navorderingstermijn?

De reguliere termijn is vijf jaar — voor binnenlands vermogen. De verlengde termijn is ook vijf jaar, maar geldt specifiek voor buitenlands vermogen waarbij de Belastingdienst afhankelijk is van internationale gegevens. Bij de verlengde termijn gelden striktere eisen aan voortvarendheid. Dat is het kernpunt van dit arrest: buitenlands vermogen vraagt extra zorg — en daarom mag je niet wachten.